Startpagina
Geschiedenis tot 1900
Geschiedenis 1900 - heden
    Mussenbuurt
    Enka
    Crisisjaren
    Vaste Rijnbrug
    Tweede Wereldoorlog
    Slag om Arnhem
    Matser
       Na 1945
       Leven in de jaren vijftig
       Leven in de jaren zestig
       Ruiterstraat, herinneringen
    Het Dorp
    Dienstverlening
    Buiten de perken
    Gele Rijder
    Multicultureel
    Burgers en Gelredome
    Noord en zuid
    Tien Tienen
    Verantwoording
    Literatuur
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
Kerk, Klooster, Graf
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap

Na 1945

De wederopbouw van Arnhem

Na de bevrijding van Arnhem, op 14 april 1945, duurt het tot de zomer voordat een begin kan worden gemaakt met het herstel en de wederopbouw van de stad. Alles uit de stad is door de Duitsers geroofd, vrijwel alle huizen verwoest of beschadigd, terwijl het gebied rondom de Markt, de Rijnbrug en de Eusebiuskerk met de grond gelijk is gemaakt.

Na de periode van verwarring in de lente van 1945 wordt onder de voortvarende leiding van de nieuwe burgemeester, Klarendal-jongen Chr. G. Matser, en de directeur Gemeentewerken, J.P. van Muilwijk, de wederopbouw ter hand genomen. Eerst worden noodwoningen en noodwinkels gebouwd om aan de allereerste levensbehoeften, wonen en eten, te voorzien. Vervolgens wordt van de nood een deugd gemaakt. Door de complete vernietiging van de binnenstad krijgt men de gelegenheid om het centrum nieuw in te richten: het Arnhems stadsplan. Dit plan wordt in een eerste vorm al in 1946, maar het complete plan is in 1953 klaar. Behalve van een restauratie van de historische gebouwen rondom de markt, de herinrichtingen van het Stationsplein en Gele Rijdersplein zijn de nieuwe woonwijken in Presikhaaf en Arnhem-Zuid (Malburgen oost en west) de belangrijkste elementen van het plan. In korte tijd worden daar vele huizen neergezet. Kwantiteit is hierbij belangrijker dan kwaliteit. Portiekflats en lange rechte straten met rijtjeshuizen bepalen het beeld.


De binnenstad zelf wordt ook onder handen genomen, maar bouw is hierbij belangrijker dan een bouwgedachte. Vooral voor het gebied rond de Markt levert dat een mengelmoes van stijlen op. De plannen van het gemeentebestuur om Musis Sacrum te slopen en te vervangen door een nieuw cultureel centrum bij het Roermondsplein stuit op zoveel protesten van de bevolking, dat hiervan wordt afgezien. Met de heropening van de Grote Eusebiuskerk in 1964, na een grondige restauratie en vernieuwende herbouw vanaf 1953, kan de periode van wederopbouw worden afgesloten. Aan een eerder door het gemeentebestuur georganiseerde wederopbouwfeestdag, ter gelegenheid van de 10.000ste naoorlogse woning, op 12 oktober 1959, wordt nauwelijks meegedaan.
Arnhem heeft zich door de inzet van de gehele bevolking, de hulp van buitenaf en de gelden van het Marshallplan, weer opgericht. De werkgelegenheid in handel, dienstverlening en industrie stijgt ook. Het grote kantorencomplex van de Postgiro/Postbank op de Velperweg, waarin duizenden mensen hun werk vonden, mag daarvan het grootste voorbeeld zijn.


 

Noodbrug naast vernielde brug



Naar boven

De groei van de stad

De nieuwbouw na de oorlog in Presikhaaf en Malburgen is niet voldoende om de groeiende bevolking te kunnen huisvesten. In 1955 wordt het plan opgevat om naast Alteveer een tweede wijk te bouwen: ’T Cranevelt. Deze wijk wordt bijna het tegenovergestelde van de polderwijken Presikhaaf en Malburgen: kleinschalige huizenbouw in doodlopende straten op een heuvelachtig terrein, waarin de natuur zoveel wordt behouden.
In het begin van de jaren zestig wordt van rijkswege beslist dat Arnhem-Noord verschoond moet blijven van grootschalige woningbouw. De grenzen van Arnhem worden in het zuiden flink verlegd ten koste van het oppervlak van de gemeenten Huissen en Elst. Achtereenvolgens worden de volgende wijken gerealiseerd in Arnhem-Zuid: Immerloo en Het Duifje (o.a. grote galerijflats vanaf midden jaren zestig), Vredenburg en Holthuizen (vanaf eind jaren zestig met eensgezins- en wat luxere woningen), Elderveld (jaren zeventig; hofjes-eensgezinswoningen met verspreide flats in veel groen en waterpartijen). De bouw gaat onverminderd door met De Laar (vervolg op Elderveld), Kronenburg en Rijkerswoerd. Vanaf het jaar 2000 krijgen de plannen om ten westen van de spoorlijn Arnhem-Nijmegen, richting Driel, een woonwijk te bouwen steeds concreter vorm: de Schuytgraaf.
De binnenstad is, met de nadruk op het bouwen in Zuid, min of meer het kind van de rekening. Straten en huizen in de oude stadswijken Klarendal, De Weerdjes en St. Marten worden aan hun lot overgelaten, waardoor veel bewoners aan het eind van de jaren zestig naar Presikhaaf of Arnhem-Zuid verhuizen. Een groot sanerings- en vernieuwingsplan is noodzakelijk om deze wijken weer een draaglijk aanzien te geven. Pas nadat gelden vanuit de landelijke overheid vrij komen (1979), kan de sloop en herbouw van deze wijken, en delen van het Spijkerkwartier, beginnen.
De economische opbloei in het begin van de jaren negentig luidt een periode van renovatie in voor de vele achttiende en negentiende eeuwse herenhuizen. De villa’s langs de Rijnkade worden opgeknapt en velen krijgen een horecabestemming. De prachtige huizen in de Bakkerstraat, de Transvaalbuurt en het Burgemeesterskwartier worden ook voor de sloophamer behoed.

De oude rijnbrug (de John Frostbrug) kan het toenemend (auto)verkeer tussen Noord en zuid alleen niet aan. In 1965 wordt al besloten tot de bouw van een tweede brug en in 1968 verschijnt het definitieve bouwrapport. In 1974 is de bouwopdracht afgegeven en in 1977 rijden de eerste auto’s over de Roermondsplein- (en later Nelson Mandela-)brug. Nieuwe aanpassingen van het Roermondsplein, Nieuwe Plein en Willemsplein worden door de aanleg van de nieuwe brug ook nodig. De brug ligt bijna op dezelfde plek als de oude schipbrug, die tussen 1603 en 1935 voor de verbinding tussen Noord en Zuid heeft gevormd.
Binnen tien jaar na het gereedkomen van de ‘nieuwe brug’ wordt begonnen met de aanleg van een derde brug, de Pleybrug, die moet zorgen voor een aansluiting van het verkeer uit het zuiden op de snelwegen te noorden van Arnhem (Utrecht-Oberhausen). Deze A.Sacharovbrug moet het centrum verder ontlasten van doorgaand autoverkeer.


 


Naar boven

Het verleden en het heden

De problemen waarmee Arnhem heden ten dage kampt, zijn van alledag. De zorgelijke situatie van de woonwijken Malburgen, Presikhaaf en Het Broek vertoont veel overeenkomsten met die van achterstandswijken in de jaren zeventig.
Het centrum beleeft zijn zoveelste herinrichting (Stationsplein, de plannen voor de culturele wijk Het Paradijs, de Rijnboog, de transferia, enzovoorts), waarbij het lijkt of een tekort aan financiën en een gebrek aan duidelijke visie hand in hand gaan.



Naar boven

Tot slot

Arnhem is geen historische stad in de strikte betekenis van het woord. De stad geeft het betekenisvolle verleden geen plaats in het heden en de toekomst. De aanleg van de Historische Kelders in de Rijnstraat zijn hierop de spreekwoordelijke uitzondering. De verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog hebben grote gaten geslagen in de historische binnenstad. Arnhem kan zich wat monumenten en sfeer betreft niet meten met Gelderse steden als Zutphen of Nijmegen. Maar meer nog dan de Tweede Wereldoorlog zijn de respectievelijke gemeentebesturen, en dus de Arnhemmers zelf, niet in staat gebleken om de waarde van het verleden in het heden te zien en te waarborgen.
De cirkel is rond: de nieuwste uitbreidingsplannen van Arnhem vinden ten westen van de spoorlijn Arnhem-Nijmegen plaats: de Schuytgraaf. Daar zijn bij de voorbereidende bouwwerkzaamheden verschillende prehistorische vondsten gedaan.
In heden en de toekomst zit het verleden onverbiddelijk verborgen. Het is aan de mens zelf om te bepalen om deze geschiedenis zichtbaar te maken. Een visie op het verleden is een visie op jezelf, als mens, als stad.



Naar boven

Printerversie