|
|
 |
 |
 |
 |
4e eeuw Tabula Peutingeriana
|
Inhoud
|
Arnhem in de 4e eeuw na Christus Datering van de kaart De kaart van Peutinger De kopie in Nijmegen Literatuur
|
Naar boven
|
|
|

Castra Herculis op Tabula Peutingeriana

|
Naar boven
|
Arnhem in de 4e eeuw na Christus
|
De “Tabula Peutingeriana”, de kaart van Peutinger, geeft de situatie in het Romeinse Rijk aan het eind van de derde of het begin van de vierde eeuw na Christus weer. Onder de ‘R’ van ‘FRANCIA’ (Frankenland) vinden wij “Castra Herculis”, de Romeinse legerplaats in Meinerswijk bij Arnhem. Het lettertype en het ontbreken van een tekeningetje van huisjes o.i.d. geeft aan dat Castra Herculis één van de vele kleinere legerkampen langs de noordgrens van het Romeinse Rijk is geweest. Rechts van Castra Herculis is bijvoorbeeld Noviomagi met twee torentjes ingetekend, wat betekent dat Nijmegen een belangrijke Romeinse vestiging was. In Noviomagi komen twee wegen uit het westen samen: een noordelijke en een meer zuidelijke route. Castra Herculis ligt aan de noordelijke weg, die weer parallel aan de Rivier de Rijn loopt. Het legerkamp in Meinerswijk ligt VIII leugae (= Gallische mijl à 2,22 kilometer) oostelijk van Nijmegen verwijderd, een afstand van circa 17,8 km. Ten westen van Castra Herculis ligt op XIII leugae (28,9 km) het kamp Carvone (=Kesteren).
|
Naar boven
|
Datering van de kaart
|
De Tabula Peutingeriana geeft de situatie weer uit verschillende tijdperiodes. Er komen vermeldingen voor die van toepassing zijn op de eerste eeuw na Christus, maar de jongste bijschriften betreffen geografische zaken uit het begin van de vierde eeuw. Dat laatste tijdbestek is in deze beschrijving als maatstaf aangehouden. Temeer omdat rond 359 n.C. Castra Herculis expliciet in de Romeinse geschiedschrijving voorkomt, als onderkeizer Julianus het fort laat herbouwen om het graanvervoer uit Engeland te beschermen.
De kaart is gemaakt in de twaalfde of aan het begin van de dertiende eeuw. Het is een kopie, die via enkele andere afschriften, teruggaat op een kaart uit de laat-Romeinse tijd (waarschijnlijk begin 5e eeuw). Die laat-Romeinse kaart op haar beurt was gebaseerd op een wereldkaart uit de regeerperiode van keizer Augustus (27 voor-14 na Christus).
|
Naar boven
|
De kaart van Peutinger
|
Konrad Peutinger (1465-1547), een vooraanstaande burger van Augsburg, kreeg in 1508 de kaart als erfgenaam van Konrad Celtes. Deze was hoogleraar te Wenen en bibliothecaris van keizer Maximiliaan van Oostenrijk. In die laatste functie had Celtes kostbare en zeldzame manuscripten opgespoord en verzameld. Het is onbekend hoe hij aan de Romeinse wegenkaart is gekomen. Het origineel van de kaart wordt bewaard in de Nationalbibliothek in Wenen.
De kaart bestaat uit elf, oorspronkelijk aan elkaar gelijmde bladen perkament. Alle elf delen (segmenten) bij elkaar vormen een lengte van 6,75 meter, maar zijn niet meer dan 34 centimeter hoog. Hierdoor kon het als reiskaart opgerold meegenomen worden. Door het voordurende oprollen, de ouderdom en het gebruik van de kleurstof voor de zeeën en rivieren is de kaart ernstig aangetast.
|
|

Konrad Peutinger

|
Naar boven
|
De kopie in Nijmegen
|
Museum Het Valkhof in Nijmegen bezit, als één van de weinige musea en bibliotheken ter wereld, de Ortelius-kopie uit de 16de eeuw van de Tabula Peutingeriana. Na de dood van Konrad Peutinger kwam de kaart in het bezit van Marcus Welser, familie van de vrouw van Peutinger en de burgemeester van Augsburg. Welser gaf opdracht aan de Vlaamse cartograaf Abraham Ortelius om een kopie te maken. Ortelius stierf voordat hij het werk kon voltooien en uiteindelijk werd in 1598 de eerste volledige editie uitgegeven door Johannes Moretus van de befaamde Plantijn drukkerij in Antwerpen. Later zouden meer uitgaven volgen. Van de eerste uitgave in 1598, de editio princeps, heeft het Valkhof Museum een exemplaar in haar bezit. De oorspronkelijke zwart-wit uitgave is later ingekleurd. De kaart hangt in de prachtige Romeinse zaal van het museum.
|
|

Castra Herculis 16e eeuwse kopie in Valkhof Museum van Tabula Peutingeriana

|
Naar boven
|
Literatuur
|
Ammianus Marcellinus (4e eeuw). Res Gestae. Boek XVIII. Vertaling: A. Blom (2001).
Borman, R. (1993). Arnhem onder de grond. Bewoningsgeschiedenis van stad en omgeving. Utrecht: Uitgeverij Matrijs. p. 66.
Iddekinge, P.R.A., e.a. (eds.) (!982/1983). Ach Lieve Tijd. 750 jaar Arnhem, de Arnhemmers en hun rijke verleden. Arnhem/Zwolle: De Gelderse Boekhandel - Uitgeverij Waanders, 1982/1983. Deel 1, pp. 6-8.
Mulder, J.R., Keunen, L.J. & Zwart, A.J.M. (2004). In de ban van de Betuwse dijken. Deel 5 Malburgen. Een bodemkundig, archeologisch en historisch onderzoek naar de opbouw en ouderdom van de Rijndijk te Malburgen/Bakenhof, Arnhem. Wageningen: Alterra.
Stuart, P. (1986). Provincie van een imperium. Romeinse oudheden uit Nederland in het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden. Leiden: Rijksmuseum van Oudheden te Leiden.
Stuart, P. (1999). Museumstukken. De Tabula Peutingeriana. Twee delen: Deel I De Kaart. Deel II Commentaar. Nijmegen: Vereniging van Vrienden van Museum Het Valkhof.
Wientjes, R.C.M. (1995). Een heerlijkheid in de bocht. Kaartboek van de polder Meinerswijk bij Arnhem. Zwolle: Waanders. pp. 26-27.
|
Naar boven
|
Printerversie
|
|
 |