Noord en Zuid vanaf 1935 |
||
Dubbele stad
|
||
![]() |
||
Vanaf 1935, maar vooral sinds de Tweede Wereldoorlog, is Arnhem met de bouw van Arnhem-Zuid een dubbelstad. Burgemeester Salomon J.R. de Monchy was dé pleitbezorger voor bebouwing in Zuid, vooral ook omdat de natuur ten noorden van de stad beschermd moest worden tegen verdere aantasting. Zijn visie en inzet kreeg een beloning met een herkenbaar monument op het De Monchyplein aan de belangrijkste invalsroute van de wijk: de Nijmeegseweg,. Arnhem-Zuid en het forensenverkeer groeiden en daar werd het monument, paradoxaal genoeg, de dupe van. |
|
|
Tot 1935 waren de schipbrug en de gierpont van het Malburgse veer de omslachtige oeververbindingen tussen de stad en de winderige polder Malburgen. Een groot deel daarvan hoorde al eeuwenlang bij het Kleefse Huissen. Na de bouw van de vaste Rijnbrug verrezen op de ingedijkte poldergronden de eerste woningen. De plannen voorzagen in een ruim opgezet tuindorp met veel eengezinswoningen en veel groen, bedoeld voor 15.000 inwoners. Het liep anders, want het zwaar getroffen Arnhem had na de oorlog alleen nog maar behoefte aan heel veel goedkope woningen. Zo werden in een rap tempo portiekflats met vier woonlagen uit de grond gestampt. |
|
|
Elden
|
||
![]() |
||
De vroegste geschiedenis van Elden tot en met de verzanding van de Grift in de 18de eeuw is al eerder beschreven. Tussen 1813 en 1817 was Elden, zonder eigen wapen, een zelfstandige gemeente, burgemeester was Willem Roodbeen. Bestuurlijke herindeling volgde in 1817 en Elden kwam bij Elst. In de 19e eeuw werden pareltjes als de molen de Hoop, huize Oosterveld, de (voormalige) Waterstaatskerk en huize Westerveld gebouwd. In 1966 gebeurde het onvermijdelijke, Elden werd bij Arnhem gevoegd. Beroering ontstond toen met de komst van het Gelredome het dorpsgezicht en de rust bedreigd leken te worden. Desondanks heeft Elden altijd zijn eigen karakter weten te behouden. |
||
(C) 2005 - Alle rechten voorbehouden |
||