Tachtigjarige oorlog |
||
Ketters of de nieuwe leer"
|
||
Het verzet tegen de centralisatiepolitiek van Karel V krijgt rond 1520 een nieuwe dimensie als rondreizende marskramers vanuit Duitsland nieuwe godsdienstige ideeën meebrengen. De leer van Maarten Luther vindt in het begin vooral gehoor onder de monniken van het klooster Mariëndaal. De nieuwe ideeën winnen snel aanhang en de rooms-katholieke overheid reageert met nieuwe strenge wetten: de plakkaten. Na de troonsbestijging van Philips II verscherpt de situatie. De politieke en godsdienstige tegenstellingen worden versterkt door economische teruggang en de slachtoffers die de pest maakt. In Arnhem stierven in 1565 elke dag zo’n zes tot zeven inwoners. |
Maarten Luther |
|
Reformatie in Arnhem
|
||
![]() |
||
De nieuwe godsdienstleer is niet tegen te houden. De nieuwe stadhouder van Gelre, Johan van Nassau - een broer van Willem van Oranje - , staat toe dat vanaf 1578 Hervormde kerkdiensten op de Markt worden gehouden. Predikant bij deze diensten is een vroegere veldprediker van de troepen van graaf Johan Casimir: Johannes Fontanus. De preken van deze volgeling van de hervormer Johannes Calvijn vinden steeds meer toehoorders, want Fontanus preekt in het Nederduits. Onder diens leiding, en met steun van stadhouder Johan van Nassau, wordt de nieuwe leer in Arnhem gevestigd. De balans slaat door naar de andere kant. De gereformeerden bestormen de Broerenkerk van het Minderbroedersklooster om deze op te eisen voor de nieuwe leer. Zo krijgt Arnhem toch zijn beeldenstorm, want er sneuvelen vele beelden bij deze bezetting. |
||
Van oorlog en vrede
|
||
Tussen 1568 en 1579 is Arnhem bezet door Spaanse troepen onder leiding van de zoon van Alva, don Frederik. Door de gevechten is het buiten de stad er gevaarlijk. In 1591 vindt er ten zuiden van Arnhem nog een veldslag plaats tussen de opstandelingen o.l.v. Prins Maurits van Oranje en het Spaanse leger van de hertog van Parma. |
Maurits en Parma, 1591 De hoofdmacht bevindt zich met Maurits nog ten noorden (linksboven) van Arnhem. Een groep soldaten trekt over een tijdelijke schipbrug (de vaste Arnhemse schipbrug werd in 1603 gebouwd) over de Rijn, waar ze opgewacht worden door eenheden van Parma. Maurits is onderweg naar fort Knodsenburg (Lent) om de belegering van het fort door Parma te doorbreken om vervolgens in oktober 1591 de stad Nijmegen in te nemen. |
|
(C) 2005 - Alle rechten voorbehouden |
||