Haagje van het Oosten 19e eeuw |
||
Bronbeek en Oud-Indiegangers
|
||
![]() |
||
Op een stralende zonnige dag ligt een klein stukje Indonesië in Arnhem. De witte gebouwen van Bronbeek steken scherp af tegen de groene graspartijen en de blauwe lucht. Het voormalige invalidentehuis voor oud-soldaten gaf vanaf 1863 onderdak aan Indië-veteranen. |
|
|
Multatuli was in Arnhem op doorreis tijdens een van zijn lezingentournees. Andere oud-Indiëgangers, met veel minder kritiek op het Nederlandse politieke beleid, vestigden zich definitief in de stad. Het waren de rijk geworden handelaren, oud-officieren en suiker- en tabaksplanters die in Arnhem van hun geld en oude dag wilden genieten. Vooral tussen 1845 en 1875 stroomden ze naar de stad. De laatste commissaris-generaal van de VOC, Sebastiaan Nederburgh, liet rond 1800 een buitenverblijf bouwen dat later uit zou groeien tot de theeschenkerij Sonsbeekpaviljoen. Burgemeester Emile C. Sweerts de Landas die van 1899-1904 de stad bestuurde, had voor zijn ambtsaanvaarding in Arnhem vijfentwintig jaar gewerkt op het gouvernementspaleis Buitenzorg op Java. Twee voorbeelden van de vele Indischgasten in Arnhem. |
||
Exotisch Arnhem
|
||
![]() |
||
In 1883 werd tegenover Bronbeek de Vogel- en Plantentuin geopend. In het vijverrijke wandelpark waren veel vogels en planten ‘uit de Oost’ te bezichtigen. Bij de tuin verrees een indrukwekkend hotel met een concertzaal voor 1500 bezoekers. De gasten en bezoekers bleven echter weg, het initiatief kwam te laat en was te elitair. De tennisbanen en de cricketvelden bleven leeg en na tien jaar moest het complex de deuren sluiten. In 1912 kwam het terrein in handen van de zusters van Sacré Coeur. Het voormalige hotel werd in 1973 gesloopt om plaats te maken voor het verpleeghuis Regina Pacis. |
||
(C) 2005 - Alle rechten voorbehouden |
||