Stadsrechtenbrief 1233 n.Chr. |
|||||||||||||||
Middeleeuwse stadsrechten
|
|||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||
“Ik, Otto, graaf van Gelre en Zutphen, heb van de plaats Arnhem een stad gemaakt en daaraan alle vrijheid verleend, opdat deze stad en de mensen die erin wonen en erin zullen wonen, zich in vrijheid mogen verheugen…”. |
|
||||||||||||||
In de twaalfde en dertiende eeuw groeide de nederzetting Arnhem sterk. Het gebied bleef echter opgedeeld tussen de graaf van Gelre, voorheen Hamaland, en de kloosters van Prüm en Elten. Graaf Otto II ergerde zich eraan dat hij niets te zeggen had over het domein en de bewoners van het klooster van Prüm. Zo kon hij niet optimaal profiteren van de groei van Arnhem. Hij schonk daarom in 1233 zijn deel van de nederzetting stadsrechten. Naast een eigen bestuur zou de graaf ook geen belastingen meer zonder toestemming van de burgers heffen. Dat sprak de Arnhemmers wel aan. Binnen vijftig jaar moest het klooster van Prüm ook buigen voor de opkomende burgermacht. |
|||||||||||||||
De Arnhemse dubbele adelaar
|
|||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||
Bij een stad hoort een stadswapen. Dit teken wordt, behalve op de toegangspoorten van de stad, ook aangebracht op besluiten en brieven. Hier werd een zegel voor gebruikt, waarvan de oudste uit 1281 is. In spiegelschrift staat ‘Sigillu(m) Burgensium de Arnem’, het zegel van de burgers van Arnhem. De geelkoperen stempel werd gedrukt op vloeibare was of lood, waarmee de brieven werden verzegeld. De tweekoppige adelaar zou verwijzen naar de oorspronkelijke naam van Arnhem, Arendsheim of Arnoldsheim. De dubbele arend is een veelgebruikt symbool. De wapens van Gelderland en Duitsland dragen ook de tweekoppige roofvogel. |
|
||||||||||||||
|
|||||||||||||||
(C) 2005 - Alle rechten voorbehouden |
|||||||||||||||