De Arnhemse stuwwal 150.000 jaar oud |
||
Het landschap vormt de stad
|
||
![]() |
||
De zeventiende-eeuwse schilder Jan van Goyen schilderde de stad Arnhem op haar geografische breukpunt. Vanaf de droge heuvels van de Arnhemse stuwwal kijken we over de Rijn en de zompige Betuwe. De schilder koos een positie ten noordwesten van Arnhem, vanaf de hoogten van Monnikenhuizen. |
|
|
Een fiets met versnellingen is geen overbodige luxe in Arnhem. Korte stevige klimmetjes, vals plat en lange steile heuvels, Arnhem heeft het allemaal. De uitlopers van de stuwwal reiken tot in het hart van de stad. Als vingers van een hand doorsteken de groene heuvels de woonwijken. De stad dankt haar karakter, haar ontwikkeling en een groot deel van haar inkomsten aan de natuurlijke gevolgen van de voorlaatste ijstijd. Zo’n 150.000 jaar geleden schoof honderden meters dik landijs vanuit het noorden grond voor zich uit. Bij Arnhem stopte het ijs en de vooruitgeschoven aarde werden de heuvels ten noorden van de stad. Langs de heuvels vormde de rivier de Rijn haar bedding. Het hoogteverschil tussen de Utrechtseweg (Bovenover) en de Rijn (Onderlangs) bedraagt twintig loodrechte meters. De stuwwalheuvels liggen als een halve maan - met namen als Mariëndaal, Gulden Bodem, Zijpendaal, Sonsbeek, Klarenbeek en Geitenkamp – rondom de stad. Achter de heuvels, iets verder naar het noorden, liggen de hoogvlaktes van de Lichtenbeek, Schaarsbergen en de Koningsheide. |
||
Van Bovenover en Onderlangs
|
||
![]() |
||
Op deze met waterverf ingekleurde tekening van Jan de Beijer uit 1741 is de scherpe overgang tussen de stuwwal en het rivierlandschap goed te zien. ‘Onderlangs’ is niet meer dan een smal (jaag)pad dat bij hoog water blank staat. De inham links in de stuwwal is de ‘Sinckenbergh’, een in 1660 ingestort deel van de huidige Utrechtseweg. Kort na het vastleggen van dit stadspanorama wordt in 1755 op de ‘Sinckenbergh’ de eerste Joodse begraafplaats gesticht. Deze is nog steeds te bezoeken. |
||
(C) 2005 - Alle rechten voorbehouden |
||