Van zilveren tot gouden huwelijk |
||
Tekst: drs. W.H. Tiemens. |
||
Inhoud
|
||
De Oranje en de Brantsens |
||
De Oranjes en de Brantsens
|
||
Gravin Alwina Brantsen-van Zypendaal gaf de voorkeur aan het Jachthuis boven kasteel Zypendaal. Het Jachthuis lag schitterend op het kleine landgoed Gulden Bodem. Hoewel ze op Zypendaal geboren was, had ze zich nooit erg aangetrokken gevoeld tot het door water omringde kasteel. Haar moeder, de baronesse Brantsen-Bohlen, bleef tot haar overlijden op 21 april 1926 de enige hoofdbewoner. Nog tijdens haar leven was al met de gemeente Arnhem onderhandeld over het kasteel en de grond; de koop werd uiteindelijk gesloten in 1930. Aan het eind van de jaren twintig legde rentmeester Hendrik Jan Tiemens, de steun en toeverlaat van het gezin Brantsen, na meer dan een halve eeuw dienst zijn ambt neer. Zijn zoon Adriaan zag zich voor de opgave gesteld om in de voetsporen van zijn veelzijdige en alom gerespecteerde vader te treden. |
Jachthuis, Gulden Bodem Foto: Gemeentearchief Arnhem. |
|
De Duitse inval
|
||
Zoals voor zoveel andere Nederlanders, was de Duitse inval op 10 mei 1940 een grote schok voor de gravin. Voor de graaf lag dat duidelijk anders. Eindelijk zou Duitsland dan revanche nemen voor de smadelijke nederlaag in de vorige oorlog! Terwijl de strijd op diverse plaatsen in ons land in volle hevigheid woedde, dienden zich op Het Jachthuis enkele Duitse officieren aan. Zij hadden bij de Gemeente Arnhem aangeklopt voor een stuk grond dat geschikt was om een soldatenkerkhof op aan te leggen. De delegatie was door een wakkere geest doorverwezen naar het Jachthuis. De Duitse generaal in ruste en zijn vrouw bezaten grond genoeg, die zouden vast wel een hoekje voor dit nobele doel beschikbaar willen stellen... Aldus ontdeed de gemeente zich op een zeer elegante wijze van deze netelige kwestie. Het appel dat zijn landgenoten op zijn militaire eer deden, zal de oude generaal goed hebben gedaan. Hij mocht dan inmiddels te oud zijn om nog aan de strijd deel te nemen, het was hem nu toch vergund zijn bijdrage te leveren. De gravin was aanzienlijk minder ingenomen met het geval, doch wilde de zaak niet tegenhouden. In de dood waren alle mensen gelijk en ook gesneuvelde Duitse soldaten verdienden een fatsoenlijke laatste rustplaats. Eventueel op Brantsen-grond, als het niet anders kon. Zij gaf haar goedkeuring, doch kon niet nalaten daaraan de wens te verbinden “...als ze er maar voor zorgen dat het snel vol komt !” Wat dat aangaat is ze op haar wenken bediend. Rond mei 1942 lag het kerkhof praktisch vol en toog men opnieuw naar de gravin voor uitbreiding van het Ehrenfriedhof. |
||
Twee kampen
|
||
De Duitse bezetting had het Jachthuis in twee kampen verdeeld. Aan de ene kant stond de graaf die de omgang met de bezetter bepaald niet schuwde. Regelmatig kwamen officieren hun opwachting maken bij de oude generaal. Bij begrafenissen van belangrijke Duitsers, verjaardagspartijen en ceremonies liet Von der Goltz nooit verstek gaan. Omwille van de lieve vrede met zijn echtgenote, van wier vermogen hij leefde, trachtte de graaf zijn pro-Duitse activiteiten zoveel mogelijk te verdoezelen. Zo mocht de rekening van de smid, die de hoepel vervaardigde waaromheen de forse krans werd opgebouwd die de graaf met Heldengedenktag op het Ehrenfriedhof liet plaatsen, onder geen beding de ware aard van het smidswerk verraden. Dus moest de smid zijn arbeid dan maar verantwoorden als “verrichte reparatie hekwerk” ... |
||
Nederlaag
|
||
Er is weinig verbeeldingskracht voor nodig om te begrijpen dat met het keren van Duitslands oorlogskansen ook de stemming op het Jachthuis omsloeg. D-day moet voor de graaf een welhaast even schokkende ervaring zijn geweest als de inval in mei 1940 was voor zijn echtgenote. De snelle opmars van de geallieerden moet een kwelling zijn geweest voor de oude generaal. Het overweldigende machtsvertoon waarmee de Britten op 17 september 1944 hun luchtlandingen bij Arnhem inzetten, sloeg Von der Goltz's laatste beetje hoop op “de goede afloop” van de oorlog definitief de bodem in. De gedachte voor de tweede maal een nederlaag te moeten meemaken, was teveel voor hem. In de nacht van 17 op 18 september 1944 benam hij zich het leven. Omdat het oorlogsgeweld dat rondom heerste een begrafenis op Vrede Oord niet toeliet, werd de graaf op 21 september aan de rand van het gazon vóór het Jachthuis begraven. Twee maanden later zouden Karl en Alwina hun gouden huwelijksfeest hebben gevierd... |
||
Bronnen
|
||
De geschiedenis van de laatste Brantsens op kasteel Zypendaal is gereconstrueerd door drs. Willem Hendrik Tiemens, geboren te Schaarsbergen in 1944. De bron voor het verhaal is de familiecorrespondentie van zijn voorouders: zijn overgrootvader en de oudste broer van zijn grootvader waren rentmeester op het landgoed. |
||
(C) 2005 - Alle rechten voorbehouden |
||