De laatste twaalf jaar |
||
Tekst: drs. W.H. Tiemens. |
||
Inhoud
|
||
Zypendaal onder vuur |
||
Zypendaal onder vuur
|
||
De evacuatie van Arnhem verdreef ook 'de laatste echte Brantsen', zoals gravin Alwina zichzelf graag noemde, uit Het Jachthuis. Rentmeester A.H. Tiemens en twee van zijn zonen wisten, al naar gelang het uitkwam bewerend dat ze niet in Arnhem maar in Schaarsbergen woonden of omgekeerd, stand te houden in de Gulden Spijker. Daardoor kon Tiemens zo goed en zo kwaad als het ging zich om de bezittingen van de gravin blijven bekommeren. Aan de vooravond van de bevrijding, in de nacht van 12 op 13 april 1945, kwam de Gulden Spijker in geallieerd granaatvuur te liggen. De rentmeesterswoning kreeg een voltreffer te incasseren en vloog boven de hoofden van de in de kelder schuilende bewoners in brand. De verderop gelegen boerderij Kattenberg, eveneens behorend tot de bezittingen van de gravin, onderging die nacht hetzelfde lot. |
De oude rentmeester. Naast hem zijn vrouw. |
|
Dode Duitsers
|
||
Al spoedig na haar terugkeer uit ballingschap maakte de gravin duidelijk dat ze graag af wilde van de dode Duitsers op haar grond. "Mevrouw Baronesse A. Brantsen van de Zijp heeft verschillende malen te kennen gegeven, dat het haar hoogst aangenaam zou zijn, wanneer deze begraafplaats werd opgeheven", zo schreef de directeur van de Dienst van de Reiniging, Ontsmetting en Landelijke Eigendommen der Gemeente op 15 oktober 1947 aan het college van B&W van Arnhem. Het zou echter nog tot 1949 duren voordat alle graven waren geruimd. |
||
Vijandelijk vermogen
|
||
De gravin werd, tot haar grote ergernis, hard aangepakt. Aanvankelijk werd haar gehele bezit als 'vijandelijk vermogen' aangemerkt. Er dreigde verbeurdverklaring. Na heftig touwtrekken werd de soep uiteindelijk niet zó heet gegeten, hoewel Alwina Brantsen er niet zonder kleerscheuren afkwam. Ze ontkwam niet aan een forse financiële aderlating. "Haar moed en de oranje strik hebben haar echter weinig geholpen. Na de oorlog heeft prins Bernhard, zich absoluut niets meer van haar aangetrokken, heeft nooit gevraagd of zij hulp had ...," hief één van haar kinderen een aantal jaren geleden de vinger verwijtend naar Soestdijk. "Maar hoe het ook zij, deze gravin was een dappere vrouw, iemand met een gouden hart, die durfde te vechten voor recht en vrijheden van het individu, vooral voor de mensen en hun nazaten die vroeger hun krachten hadden gegeven voor bestaan en welzijn van haar of haar moeders bezittingen. Daar heb ik persoonlijk bewijs en herinneringen van." Zo schreef in 1988 de 92-jarige heer R.N. Busser uit Haarlem, die gedurende de periode 1908 tot eind 1914 de familie op Zypendaal heeft gediend als bosarbeider, vervolgens als jongste tuinknecht in de kas en tenslotte als tweede huisknecht tevens palfrenier van de oude baronesse Brantsen-Bohlen. Hij heeft dus recht van spreken. |
||
Het verleden begraven
|
||
Haar laatste jaren leefde de gravin teruggetrokken op Het Jachthuis. Ze overleed op 22 april 1957, 88 jaar oud. Drie dagen later werd haar stoffelijk overschot overeenkomstig haar wens op een boerenkar, voor de gelegenheid geleend van het Nederlands Openluchtmuseum, van Het Jachthuis naar de begraafplaats |
Begrafenis, 1957. Gravin Brantsen wordt op een boerenkar naar haar laatste rustplaats gebracht. |
|
Bronnen
|
||
De geschiedenis van de laatste Brantsens op kasteel Zypendaal is gereconstrueerd door drs. Willem Hendrik Tiemens, geboren te Schaarsbergen in 1944. De bron voor het verhaal is de familiecorrespondentie van zijn voorouders: zijn overgrootvader en de oudste broer van zijn grootvader waren rentmeester op het landgoed. |
||
(C) 2005 - Alle rechten voorbehouden |
||