Startpagina
Geschiedenis tot 1900
Geschiedenis 1900 - heden
Vesting Arnhem
Monumenten binnenstad
Monumenten buitenstad
Kerk, Klooster, Graf
Scholen
Straten en Pleinen
Sonsbeek en Zijpendaal
    De Boerderij
    Sonsbeek Paviljoen / Theeschenkerij
       Suikerzakje
    Witte Villa
    Huis Zypendaal
    Molens Jansbeek
    Witte Watermolen
    Watermuseum/Begijnenmolen
Architecten
Verdwenen monumenten
Ambacht en Industrie
Verkeer en Vervoer
Kaarten en Plattegronden
Gezichten op Arnhem
Arnhemmers
Bronnen
Thema's
Wandelen en Fietsen
Sitemap
Contact

Sonsbeek Paviljoen / Theeschenkerij

Tekst: Luuk Broer, Vereniging Vrienden van Sonsbeek

Deze tekst is, in licht gewijzigde vorm, eerder verschenen als:
Broer, L. (2005). Geschiedenis van de theepit.
In: Infobulletin Parken Sonsbeek, Zijpendaal en Gulden Bodem. (Vereniging Vrienden van Sonsbeek), jrg. 17, nr. 3, herfst 2005, pp. 3-7.

De auteur dankt C. Stijnman, André Tolmeijer jr, Jos Diender en Joop Morsink voor hun bijdragen en suggesties.


 

Theeschenkerij ca 1903



Naar boven

Inhoud

Overzicht
Lusthuis van Nederburgh
Tuinmanswoning
Theeschenkerij Sonsbeek
Theeschenkerij in de oorlog
Sonsbeek Paviljoen
Literatuur


 

Theeschenkerij ca 1912



Naar boven

Overzicht

Naam: Sonsbeek Paviljoen / Theeschenkerij / Theepit
Adres: Zijpendaalseweg 30, 6814 CL Arnhem
Bouwjaar: ca 1800
Architect: Roelof Roelofs Viervant (vermoedelijk)
Opdrachtgever: Sebastiaan Cornelis Nederburgh (vermoedelijk)
Gebruikershistorie:
1800-1806: woning, zomerverblijf van S. C. Nederburgh
1806-1821: tuinmanswoning Th. de Smeth
1821-1899: tuinmanswoning familie van Heeckeren Enghuizen (3 generaties)
1899-heden: Gemeente Arnhem (eigenaar)
1899-1910: Theeschenkerij, exploitant T. de Haan
1910-1914: J.W.F. Scheffer
1914-1938: P. Stijnman
1938-1985: Familie Tolmeijer (in 1949 wordt de naam Theeschenkerij veranderd in Sonsbeek Paviljoen)
1985-1988: B. Wijngaard
sinds 1988: Familie Sjong, Chinees Specialiteitenrestaurant Sonsbeekpaviljoen


 

Theeschenkerij ca 1918



Naar boven

Lusthuis van Nederburgh

De Opregte Haarlemse Courant kondigt in 1797 de verkoop aan van "de considerabele en overheerlyke Buiten-Plaats DE WILTBAAN, ook Sonsbeek genaamt". Het uitgestrekte landgoed - met een beek, vijvers, bossen, tuin- en bouwland, boerderijen, woningen en de Sonsbekermolen - behoorde tot de boedel van Gerhard Pronck, burgemeester van Arnhem. De buitenplaats wordt gekocht door Elisabeth Geertruy Scheltus, echtgenote van Sebastiaan Cornelis Nederburgh die in Indië vanaf 1792 de laatste commissaris-generaal van de Verenigde Oostindische Compagnie was. Auteurs verschillen van mening of Nederburgh het huis, dat 100 jaar later de Theeschenkerij zou worden, liet bouwen of dat het huis al tot de boedel van Pronck behoorde.
Verschillende auteurs laten Nederburgh tegen de Roelofsberg een 'lusthuis', een zomerverblijf, bouwen (noot 1). In het standaardwerk Sonsbeek, Stadspark van Arnhem schrijft Schulte (1998b) dat het pasgebouwde huis echter al behoort tot de van Pronck gekochte boedel. Hoe dan ook, in 1800 komt Nederburgh terug uit de Oost en gaat in zijn zomerverblijf wonen. Het bescheiden gebouw omvat dan beneden 5 kamers en boven, onder het dak, 5 kamers met bedsteden. Naar verluid is de architect Roelof Roelofs Viervant, dezelfde die in 1795 ook de verbouwing – en daarmee de grondvorm - ban het huis op de aangrenzende Hartjesberg, de Witte Villa, heeft ontworpen.


 

Theeschenkerij ca 1923



Naar boven

Tuinmanswoning

Baron Theodorus de Smeth, een Haagse kamerheer van koning Willem I, koopt in 1806 het danmalige landgoed Sonsbeek met het lusthuis van Nederburgh. De Smeth koopt in 1808 ook het aangrenzende landgoed en buitenhuis op de Hartjesberg. Hij voegt Sonsbeek en Hartjesberg samen en noemt het geheel Sonsbeek. De Smeth heeft het geld om landarbeiders afkomstig van de Veluwe met schop, kruiwagen en stortkar zijn lusthof te laten verfraaien. Hij laat een moestuin aanleggen tegen de Roelofsberg en bestemt de zomerwoning van Nederburgh tot tuinmanswoning. Hij laat de Kleine Waterval bouwen, plant uitheemse bomen in de omgeving van de hangbrug, koopt de Wittewatermolen, laat de Ronde Weide aanleggen en op de Ruyterenberg van ruwe boomstammen een belvedère bouwen. Het is ook De Smeth die rond 1810 de ijskelder van Sonsbeek laat bouwen om levensmiddelen gekoeld te bewaren.

In 1821 dineert het echtpaar De Smeth op Sonsbeek met baron Van Heeckeren en zijn echtgenote. De gast is enthousiast over de ligging en het uitzicht en informeert of het landgoed te koop is. Baron H.J.C.J.van Heeckeren tot Enghuizen en de Beurse is oud-militair die zowel aan de kant van de Pruisen als van Napoleon heeft gevochten, zowel in Duitsland als in Rusland. Hij verliest een been in vreemde krijgsdienst maar regelt toch zijn reputatie in Nederland en trouwt met Elisa Hope, dochter van een schatrijke bankier. Van Heeckeren koopt het landgoed en de volgende twintig jaar nog een reeks van aangrenzende terreinen en huizen. Hij is de bouwheer en inrichter van het Engelse landschapspark Sonsbeek zoals wij het kennen.

Nijhoff schrijft in 1828 over de vernieuwingen van Van Heeckeren: “De menigvuldige over dezelve verspreide landbouwers- en daghuurders-woningen, ja eene gansche rij huizen, werden gesloopt; water-korenmolens, een runmolen afgebroken; nieuwe gebouwen in derzelver plaats gesteld; onregelmatige hoogten geslecht; aanmerkelijke diepten gevuld, nieuwe plantsoenen aangelegd, en twee van de stad naar de plaats leidende wegen bestraat: een van dezelve begint digt bij de Velperpoort en loopt langs de nieuwe smaakvol gebouwde portierswoning, op de hoogte niet ver van het huis; de andere begint buiten de St. Janspoort en leidt naar dien ingang, bij welken zich de tuinmans-woning bevindt, waar de vreemdeling zich ter bekoming van geleide vervoegen moet.

En dan wandelt Nijhoff het landgoed Sonsbeek in:
“aan de overzijde eener fraaije brug van gegoten ijzer, ligt de sierlijke tuinmans-woning, half verscholen achter eenige hoogstammige populieren, aan den voet van een digt begroeiden heuvel…”

Markus noteert in 1907 over zijn wandeling circa 1850 rondom de stad, aangekomen op de Zypendaalseweg, het volgende: "Tegenover den ingang naar de tuinmanswoning van Sonsbeek had men de theeschenkerij 'Rustplaats' van J.de Bruin (waar nu 'Trianon' staat), welke door het meer deftige publiek werd bezocht. De Bruin had van de eigenaar van Sonsbeek verlof gekregen, op het landgoed zelf langs den weg, op open plekjes tusschen het struikgewas, stoelen en tafels te zetten, waar hij zijn bezoekers dus eenig gerief aanbieden kon; het was daar heerlijk, rustig zitten, terwijl de jeugd zich op de grasvelden, die er voor lagen, vermaakte. Hier was ook de ingang voor het publiek, dat de plaats wilde bezichtigen, hetgeen onder geleide werd toegestaan, na zich daarvoor aan de tuinmanswoning te hebben aangemeld." De familie Van Heeckeren exploiteert geen horecagelegenheid op het besloten landgoed.



Naar boven

Theeschenkerij Sonsbeek

Dat wordt anders als de Gemeente Arnhem in 1899 Sonsbeek koopt en van het landgoed een openbaar park maakt. T.de Haan, chef-kok te Arnhem krijgt vergunning voor de exploitatie van een theeschenkerij op Sonsbeek. Voorwaarden zijn: "geen vrouwelijke bediening, geen muziek en een uur na zonsondergang sluiten". Op foto's en ansichten van de 'Theeschenkerij' staan wat stoelen, tafeltjes en obers met witte schorten. Onder het opschrift 'Vitesse Rijwielen' worden er fietsen verhuurd. De toegangsweg wordt verbeterd nadat de gemeenteraad in 1902 besluit tot de aanleg van een zware en vijf meter brede brug waarover ook wagens beladen met bomen moeten kunnen rijden. De brug wordt genoemd naar de zes knobbelzwanen van smeedijzer die in de leuningen zijn verwerkt. Getekend door de bekende Jugendstilarchitect Diehl en vervaardigd door de smid Traanboer uit de Bakkerstraat.

In 1910 zoekt de gemeente een nieuwe uitbater voor het pand. Pachter wordt J.W.F. Scheffer uit Oosterbeek, een schatrijke cacaofabrikant, die in 1888 op zijn landgoed de Duno een melkerij en modelboerderij 'Huis ter Aa' vestigde. Met een voor die tijd ultramodern procédé werden melk en melkproducten bereid zonder pasteurisatie en direct van de koe aan de klant geleverd in flessen. Scheffer wil nu de Theeschenkerij in park Sonsbeek gebruiken om de verkoop van zijn flessen melk te promoten. Bedrijfsleider van de Theeschenkerij wordt P. Stijnman die tot dan werkzaam was in het filiaal van 'Huis ter Aa' aan de Steenstraat. De oude tuinmanswoning verkeert in een vervallen toestand en is onbewoonbaar geworden. Het woonhuis wordt gerenoveerd en er wordt een galerij naast gebouwd. De op houten zuilen steunende hal is aan de voorkant open en biedt een schuilplaats voor het niet altijd droge Nederlandse klimaat. In de jaren twintig wordt de galerij beglaasd en omgevormd tot een modern café-restaurant. Ook komt er een groot terras dat doorloopt tot aan de beek. Scheffer investeert 15.000 gulden voor de inrichting van de vernieuwde Theeschenkerij, destijds een kapitale som geld. De verkoop van flessen melk – de kernactiviteit van Scheffer - loopt echter niet volgens verwachting en in 1914 wordt de modelboerderij op Huis ter Aa opgedoekt. Stijnman neemt de pacht van de Theeschenkerij in Sonsbeek over. Het gemeentebestuur ziet hoe Stijnman de Theeschenkerij tot een grote attractie van Arnhem maakt en verleent volledige medewerking bij de overdracht.

De Theeschenkerij Sonsbeek heeft een enorme aantrekkingskracht, zowel op Arnhemmers als op toeristen van buiten. De 'theepit' - zoals de Arnhemmer zeggen – groeit in de twintiger jaren uit tot een toeristische attractie die bezoekers trekt uit binnen- en buitenland. Het zijn de gloriejaren van de Theeschenkerij Sonsbeek. De reden daarvan is ongetwijfeld de moderne en attractieve bedrijfsvoering van Stijnman. "Immers", zo wordt bij het afscheid van Stijnman betoogd , "alleen een café in een park trekt geen tienduizenden bezoekers". De consumpties zijn goed en niet duur. Stijnman verkoopt ijs van eigen fabrikaat. Als extra service kunnen kinderen in de kiosk boeken lenen. Zowel 's middags als 's avonds is er live-muziek en in de zomermaanden organiseert Stijnman culturele evenementen die ook tijdens de economische crisis van de jaren dertig duizenden bezoekers trekken. De Arnhemse Orkest Vereniging treedt op met buitenlandse solisten, er zijn 'volksavondzangen' en optredens van buitenlandse koren. Ter bevordering van het inkomend toerisme organiseert het VVV vanaf 1934 avondfeestweken met optredens van artiesten, met balletvoorstellingen en met schoonrijden te paard. Stijnman geeft, ondanks zijn persoonlijke morele bezwaren daartegen, 'gelegenheid tot dancing' omdat het publiek daarom vraagt. De verlichting is een attractie apart. Het woonhuis en het restaurant worden door honderden lampjes verlicht. De cipressen en de Kleine Waterval worden door schijnwerpers in de mooiste kleuren gezet. De verlichting is geïnstalleerd door Philips. De grondlegger van het concern, Anton Philips, bemoeit zich persoonlijk met het project dat door zijn ingenieurs vorm wordt gegeven.


 

Theeschenkerij ca 1934



Naar boven

Theeschenkerij in de oorlog

Wegens 'gevorderde leeftijd' en het ontbreken van een opvolger doet Stijnman in 1938 de lopende pachtovereenkomst over aan A. Tolmeijer. Tolmeijer is al exploitant van lunchroom 'André' in de Roggestraat en hij levert al jaren gebak aan Stijnman. Tolmeijer gaat nu ook de Theeschenkerij Sonsbeek exploiteren. Hij verhoogt en vergroot het terras, gaat in het huis wonen, heropent de zaak die nu ook 's winters open blijft. Tolmeijer wil congressen en vergaderingen aantrekken en heeft een vergunning nodig om sterke drank te schenken. B&W willen de drankvergunning wel verlenen maar de drankbestrijders verzetten zich tegen uitbreiding van het aantal vergunningen in de stad en de gemeenteraad stemt in ruime meerderheid tegen (24 tegen 8). De in de periode Stijnman gegroeide traditie van culturele evenementen in en rond de Theeschenkerij wordt voortgezet. Nieuw zijn de Zomeravondfeesten met een internationale dansshow onder leiding van Arnhemse dansleraar Henri Wensink. Er komen internationale artiesten en er wordt gedanst op Sonsbeek.

De oorlog breekt uit, de feesten zijn over, en de Theeschenkerij sluimert. Zondags om de veertien dagen vordert de bezetter het pand. Duitsers en NSB-ers genieten er van de muziek van overgekomen Duitse orkesten. Daarvoor en daarna mogen andere bezoekers binnen. Niet alle bezoekers: vanaf juni 1941 mogen Joden zich niet meer vertonen in zwembaden, badhuizen en openbare parken. Tolmeijer weigert een bord met de tekst 'Voor Joden Verboden' te plaatsen bij de ingang van zijn zaak. Op 9 juli 1941 wordt hij op het politiebureau ontboden en krijgt hij het bevel het bord alsnog 'vrijwillig' te plaatsen. Enkele maanden later verordonneren de Duitsers dat de borden bij alle openbare gelegenheden geplaatst moeten worden. Volgens de directeur van Gemeentewerken is het niet nodig de borden bij de ingang van de parken te plaatsten. Maar het is uitstel. In januari 1942 worden rondom Sonsbeek en Zypendaal 9 borden 'Voor Joden Verboden' geplaatst. In september 1944 vinden vluchtelingen bij de Slag om Arnhem een slaapplek in de Theeschenkerij. Voor het pand wordt een pomp voor drinkwater geslagen. Na enkele dagen wordt de evacuatie gelast. Het pand wordt ontruimd en Tolmeijer vertrekt met zijn gezin naar Apeldoorn.


 

Sonsbeek 1943 'Voor Joden Verboden'



Naar boven

Sonsbeek Paviljoen

De Theeschenkerij is één van de weinige horecagelegenheden in Arnhem zonder oorlogsschade. Direct nadat de Arnhemmers terugkeren van de evacuatie bloeit de Theeschenkerij weer op als centrum voor grote en kleinere recreatieve en culturele activiteiten. De oorlog is voorbij en de mensen hebben behoefte aan muziek en ontspanning. De Arnhemmers vieren de herwonnen vrijheid en wordt weer gedanst op Sonsbeek. In 1946 zijn er weer Lente- en Zomerfeesten, AOV-concerten en ballet- en toneelvoorstellingen in de open lucht. In januari 1946 gaat een ruime meerderheid van de gemeenteraad nu wel akkoord (25 tegen 10) met het voorstel van B&W om een vergunning te verlenen voor het schenken van sterke drank "ondanks de zedelijke gevaren". De benedenverdieping van het oude gebouw wordt het Restaurant.

In 1949 is Sonsbeek 50 jaar openbaar gemeentelijk park. Het woord 'theeschenkerij' wordt ouderwets gevonden en dekt al jaren de lading niet meer. Tolmeijer doopt zijn zaak om tot Sonsbeek Paviljoen. In 1950 overlijdt André Tolmeijer, nog jong, na een lang ziekbed. Zijn vrouw Jet zet met vier van haar vijf kinderen de zaak voort. In 1957 neemt zoon Wim Tolmeijer met zijn vrouw Jet Tolmeijer -Janssen de exploitatie over. Ook zij wonen met hun gezin in het oude gebouw, de theepit.In de jaren vijftig, zestig en zeventig van de vorige eeuw is het Sonsbeek Paviljoen een gerenommeerde plek voor bruiloften en partijen, vergaderingen, diners, feesten en recepties. De Sonsbeektentoonstellingen van kunstobjecten in de open lucht brengen veel bezoek uit binnen- en buitenland. Tot begin zestiger jaren zijn er zondags druk bezochte Thé Dansants. Er zijn commerciële exposities van bedrijven, feestavonden van scholieren, van serviceclubs, van verenigingen. In 1982 overlijdt Wim Tolmeijer. Zijn vrouw zet de exploitatie nog korte tijd voort. Maar het wordt haar te zwaar en na 28 jaar verlaat zij het Sonsbeek Paviljoen.

Nieuwe pachter in 1985 is B.Wijngaard, die in 1988 de pacht overdoet aan de heer Sjong. Sjong komt met zijn ouders, zijn broer en diens gezin in de theepit wonen. Ze exploiteerden in Leersum een Chinees restaurant en nu hebben ze ambitie voor wat groters. Het paviljoen wordt van binnen naar achteren uitgebroken zodat er één grote restaurantruimte ontstaat. Het Chinese personeel leert Nederlands op het ROC en in 1989 gaat het Chinees Restaurant Sonsbeek Paviljoen open. De Arnhemmers moeten wennen aan een Chinees op Sonsbeek maar Sjong en zijn mensen bouwen een reputatie op de eters stromen in kleine en grote groepen toe. Twee Sonsbeektentoonstellingen en een jubileumjaar gaan voorbij. De horeca in het park breidt uit, de evenementen worden niet meer gehouden rond het Sonsbeek Paviljoen maar verspreid door het hele park. In 2003 krijgt de exploitatie van het Sonsbeek Paviljoen een nieuwe impuls. Sjong bouwt de weinig gebruikte vergaderruimte op de kop van het paviljoen om tot Wok-restaurant. Eind van dat jaar gaat deze vorm van zelfbedieningsrestaurant open. Met succes: nog steeds is het elk weekend dringen op het parkeerterrein. Nog nooit gingen er zoveel rijtuigen de brug over naar de theepit.




 

Sonsbeek Paviljoen ca 1954



Naar boven

Literatuur

Beek, P.M. (1989). Huis Sonsbeek. Een monument in een monumentaal park.
Zwolle: Waanders. pp. 28-33.

Caderius van Veen, D. & Ploeg, H. van der (z.jr./1995). Verliefd op Arnhem.
Arnhem: Arnhemse Courant/Gelders Dagblad. p. 23.

De Gelderlander; o.a. 20-2-2006.

Jong, J. de (1998). De waaier van het fortuin.
Den Haag: SDU.

Klijn, M. (2003). De stille slag. Joodse Arnhemmers 1933-1945.
Westervoort: Van Gruting.

Knap, W. W.G.Zn. & Vergouwe, G.F.C. (1933). Arnhem 1233-1933. Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het zevende eeuwfeest van Arnhems’ stedelijk bestaan.
Arnhem: N.V. Drukkerij en Uitgevers-Maatschappij De Vlijt. pp. 281-282.

Kuyk, G.A. (1914). De geschiedenis van het landgoed Sonsbeek bij Arnhem.
In: Bijdragen en Mededeelingen Gelre, deel XVII, 1914, pp. 85-119, m.n. pp. 109-110.

Markus, A. (1907). Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw met geschiedkundige aanteekeningen.
Arnhem: Gijsbers & Van Loon, 1975; ongewijzigde herdruk van de uitgave uit 1907. pp. 104.

Nijhoff. Is. An. (1828). Wandelingen in een gedeelte van Gelderland, of geschiedkundige en plaatsbeschrijvende beschouwing van de omstreken der stad Arnhem.
Arnhem: Paulus Nijhoff; vierde druk, 1e druk 1820. pp. 89-90.

Schulte, A.G. (1998a). Van landgoed tot stadspark.
In: Iddekinge, (e.a.) (1998). Sonsbeek. Stadspark van Arnhem.
Zwolle: Waanders. pp. 23-53.

Schulte, A.G. (1998b). Monumenten in het park.
In: Iddekinge, (e.a.) (1998). Sonsbeek. Stadspark van Arnhem.
Zwolle: Waanders. pp. 123-153.

Schulte, A.G. & Schulte-van Wersch, C.J.M. (1999). Monumentaal groen. Kleine cultuurgeschiedenis van de Arnhemse parken.
Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 45-46.

Tolmeijer, A. en W., drie plakboeken met krantenknipsels en andere documenten over de periode 1938-1950.

Tolmeijer-Janssen, J.; interview met L. Broer.

Ven, A.J. van de (1933). De oude buitenverblijven rondom de stad.
In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek.
Arnhem: Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers, 1933; pp. 187-223, m.n. p. 204.



Tekst: Luuk Broer, Vereniging Vrienden van Sonsbeek.
De auteur dankt C. Stijnman, André Tolmeijer jr, Jos Diender en Joop Morsink voor hun bijdragen en suggesties.

Afbeeldingen uit bovenstaande literatuur, Vereniging Vrienden van Sonsbeek, Ansichtkaartencollectie Frans Brink en Gelders Archief.
Foto’s 2006: Stijn de Vries.

Noten
1. Voor vrijwel alle moderne auteurs is het artikel van Kuyk (1914) het beginpunt van hun beschrijving. Deze schrijft op p. 109:
”Zeer waarschijnlijk heeft de heer Nederburgh de tegenwoordige theeschenkerij laten bouwen (…) tenzij zijn voorganger de heer I. Pronck, het gedaan heeft, hetgeen daarom zoude zijn aan te nemen, omdat in de acte van overdracht aan den heer N. sprake is van heeren- en tuinmanshuis met stalling. In ieder geval was het gebouw toen nog nieuw; dit kan blijken uit de beschrijving van de omstreken der stad Arnhem in 1820 van den heer I.A. Nijhoff. Te vergeefs heb ik aan ’t gebouw gezocht naar ’t jaar der stichting in ankers of steenen.”
Kuyk vergist zich hier, want het nieuwe gebouw waar Nijhoff over spreekt (zie hierboven) is niet de tuinmanswoning aan de Zijpendaalseweg, maar de portierswoning aan de Apeldoornseweg.
Beek, p. 33, Caderius van Veen, p. 23. houden het op Nederburgh als bouwer. Schulte (1998b) geeft dat recht aan Pronck. Een jaar later schrijft Schulte (1999; p. 46) dat het ‘ongewis’ is wie van de twee (Pronck of Nederburgh) het lusthuis liet bouwen.


 

Theeschenkerij Folder 1946



Naar boven

Suikerzakje

 



Naar boven

Printerversie