|
|
 |
 |
 |
 |
Anderlecht/Gouverneurswoning
|
|
|

Huis Anderlecht na verbouwing 1925

|
Naar boven
|
|
|
Het "Huis van Anderlecht” op de Markt wordt voor het eerst in 1494 genoemd. Het behoorde in de middeleeuwen waarschijnlijk aan het adellijke geslacht Van Arnhem. In de eerste helft van de 17de eeuw komt het huis, door huwelijk en vererving, in bezit van Andries van Anderlecht, hofmeester van de toenmalige stadhouder van Gelderland, Charles van Brimeu, graaf van Megen. Aan hem dankt het huis ook zijn oude naam. In 1638 wordt het complex gebouwen verkocht aan Johan Huygens die de voorgevel het aanzien geeft wat het gebouw tot zijn verwoesting heeft behouden. In de 1828 koopt de provincie Gelderland het gebouw voor 26.000 gulden van gravin Bentinck. Zij is de echtgenote van het lid van Gedeputeerde Staten van Gelderland, meester Jacob Hendrik, graaf van Rechteren Appeltern. Het gebouw dient voortaan als ambtswoning van de Gouverneur, vanaf 1850 Commissaris, van de Koningin van Gelderland. In 1890 wordt, onder leiding van architect H.P. Berlage, een aanbouw gecreëerd. Het pand ter rechterzijde (noorden) van de woning, voorheen bekend als “de Roode Leeuw”, wordt bij de ambtswoning betrokken en ingericht als receptiezaal. Bij de ambtsaanvaarding van S. baron van Heemstra als Commissaris van de Koningin in 1925 vond opnieuw een restauratie en verbouwing plaats. Het meest in het oog vallend, was de verplaatsing van de hoofdingang naar de plek waar tot dan toe het balkon was geplaatst. In 1926 wordt het Rijk de eigenaar van het gebouw onder de voorwaarde van de Provincie dat het altijd zal blijven dienen als ambtswoning. Tijdens de Slag om Arnhem werd het gebouw zo vernield, dat na de oorlog tot algehele sloop is overgegaan.
|
|

Gouverneurswoning ca 1930 Tennisbaan aan achterzijde.

|
Naar boven
|
Literatuur
|
Graswinckel, D.P.M. (1933). Een wandeling door Arnhem in vroegere eeuwen. In: Arnhem Zeven Eeuwen Stad. Officieel gedenkboek. Arnhem: Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande N.V. Boekverkoopers, 1933; pp. 123-185; pp. 158-160.
Markus, A. (1907). Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw met geschiedkundige aanteekeningen. Arnhem: Gijsbers & Van Loon, 1975; ongewijzigde herdruk van de uitgave uit 1907. pp. 116.
Schaap, K. & Stempher, A.S. (1973). Arnhems Oude Stadshart. Arnhem: Gemeentearchief Arnhem. pp. 174.
Schulte, A.B.C. & Schulte, A.G. (2004). De verdwenen stad. Arnhem voor de verwoesting van 1944-1945. Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 22-23.
Stempher, A.S. (1968). Sjouwen door Oud-Arnhem. Arnhem: Gijsbers & Van Loon. pp. 55.
Afbeeldingen uit bovenstaande literatuur, Bibliotheek Arnhem, Gelders Archief en Historisch Museum Arnhem.
|
|

Gouverneurswoning ca 1930 Interieur.

|
Naar boven
|
|
|
|
Naar boven
|
Printerversie
|
|
 |