|
|
 |
 |
 |
 |
Station, 1867-1945
|
|
|

Station ca 1937

|
Naar boven
|
Overzicht
|
Naam: Stationsgebouw Adres: Stationsplein, Arnhem Tijd: 1867-1945 Stijl: eclectisch Einde: zwaar beschadigd in april 1945, vervolgens sloop Architect: A.W. van Erkel (1839-1877)
|
|

Station ca 1910

|
Naar boven
|
Beschrijving
|
Het stationsgebouw uit 1845 werd al snel te klein voor de activiteiten rondom de Arnhemse spoorlijnen. In februari 1856 was de verlenging van de spoorlijn naar Emmerik klaar. En in februari 1865 werd de tweede spoorlijn, Arnhem - Zutphen, geopend. Een groter stationsgebouw was nodig en deze opende in 1867haar deuren. Het vroegere, maar bepaald niet oude, stationsgebouw werd in 1870 gesloopt. Het nieuwe gebouw, dat uitgevoerd was in bruin baksteen, bestond uit vijf delen: een hoog middenrisaliet, twee langgerekte vleugels en aan het eind daar een twee verdiepingen tellende bijna vierkant eindgebouw. Het bakstenen gebouw was versierd met verticale, iets vooruitspringende, banden (lisenen) en tandlijsten en overig siermetselwerk (bogen boven de vensters). De gevel werd bekroond met een borstwering waarin zich in het midden een klok bevond. In de westelijke linkervleugel was een directe doorgang naar de perrons en in de rechtervleugel bevond zich de restauratiezaal. Daar was tevens een aparte kamer voor eventueel koninklijk bezoek. Op de eerste verdieping van het middengebouw waren ook restauratiegelegenheden. Verder telde het gebouw vergaderzalen en een dienstwoning. In 1937 werd aan de westzijde een, één verdieping tellende, witte uitbouw gerealiseerd. Het ontwerp, in de stijl van de Nieuwe Zakelijkheid, kwam van stationsarchitect Sybold van Ravesteyn (1889-1983). Hier kwam de nieuwe uitgang. Met de nieuwe uitgang werd een betere toegang tot de Bovenbergstraat (verdwenen na WO II) gecreëerd. Het stationsgebouw stond op een heuvel en lag vier meter hoger dan de tegenoverliggende huizen op de hoek van het Stationsplein - Coehoornstraat. Tegelijkertijd met de verbouwing in 1937 werd het Stationsplein vergroot, maar daarbij bleven de villa’s aan de west- en oostkant van het stationsplein gespaard. In de loop der tijd waren veel van deze huizen verbouwd tot hotels en andere horecagelegenheden. Uit de Slag om Arnhem (september 1944) kwam het gebouw wonderwel redelijk ongeschonden. De strijd om de bevrijding van Arnhem (april 1945) verwoestte echter bijna het gehele complex.
|
|

Station, 1945 verwoest

|
Naar boven
|
Literatuur
|
Dalman, R.S. (1993). Groeten uit een veranderend Arnhem. Tussen 1893 en 1993 ligt een eeuw. Zaltbommel: Europese Bibliotheek. pp. 7-8.
Fockema Andreae, S.J. (1925). De uitbreiding der stad Arnhem tusschen 1715 en 1878. In: Bijdragen en Mededeelingen Gelre, deel XXVIII, 1925, pp. 139-183, pp. 154-158.
De Gelderlander
Knap, W. W.G.Zn. & Vergouwe, G.F.C. (1933). Arnhem 1233-1933. Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het zevende eeuwfeest van Arnhems’ stedelijk bestaan. Arnhem: N.V. Drukkerij en Uitgevers-Maatschappij De Vlijt. pp. 126-127.
Markus, A. (1907). Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw met geschiedkundige aanteekeningen. Arnhem: Gijsbers & Van Loon, 1975; ongewijzigde herdruk van de uitgave uit 1907. pp. 466-467.
Potjer, M. (2005). Historische Atlas van Arnhem. Van Schaarsbergen tot Schuytgraaf. Amsterdam: SUN. pp. 34-35.
Schulte, A.B.C. & Schulte, A.G. (2004). De verdwenen stad. Arnhem voor de verwoesting van 1944-1945. Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 68-69.
Vredenberg, J. (2002). Handel, nijverheid en industrie. Bedrijfsgebouwen in Arnhem. Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 58-59.
Vredenberg, J. (2005). Heijenoord en Lombok. Van landgoed tot stadsuitbreiding in Arnhem. Utrecht: Uitgeverij Matrijs. pp. 29-30.
Afbeeldingen: uit bovenstaande literatuur, Gelders Archief en Bibliotheek Arnhem.
|
|

Station, 1937 nieuwe uitgang

|
Naar boven
|
|
|
|
Naar boven
|
Printerversie
|
|
 |